Koffie
Koffie, koffie, koffie. En nog eens koffie: de plant, de bes, de boon, de gebrande melange…en tenslotte de drank.
Eén woord waar een hele wereld achter schuil gaat. Een wereld die begint met twee verschillende plantensoorten van dezelfde familie,
te weten de Coffea Arabica en de Coffea Canephora, beter bekend als de Arabica en Robusta. De Arabicabonen bevatten 1,1% tot 1,7% cafeïne,
de Robusta 2% tot 4,5%. Beide soorten groeien in het tropische gebied tussen de noorder- en de zuiderkeerkring.
De Arabica gedijt het beste op hoger gelegen hellingen (tussen de 900 en 2000 meter), is gevoeliger en vereist meer zorg
dan de Robusta die, zoals de naam al aangeeft, beter is opgewassen tegen het tropisch klimaat en parasieten.Vandaar dat de Robusta in lager gelegen gebieden wordt verbouwd en, ook door de lagere arbeidskosten, aanzienlijk goedkoper is.
Afgezien van de prijs zijn er ook smaakverschillen.
De Arabicakoffie is veel aromatischer, zoeter, voller, ietsje zurig en vaak chocoladeachtig van smaak, met een lichtbruine crèmelaag die iets naar rood neigt en met een aangename licht bittere 'afdronk'.
De Robustakoffie is daarentegen scherper, niet zo aromatisch, met een donkerbruine crèmelaag die naar grijs neigt en veel bitterder van smaak.